april 21, 2011
Zo lang ik het laken draai en keer en naast
sigaret brandgaten zweet nog wat jou vinden
kan, wikkel ik.
Wikkel ik tot alles opnieuw proza wordt.
Geen zachte lippen van de poëzie
die ons opnieuw tot leven wekt,
enkel wachten.
Ik wikkel me in minuten.
Ik wikkel me in tijd die niet doodt.
Tijd die we gebruiken om te
lanterfanten rompslompen slenteren
op kousenvoeten naar het bed
waar we een fort bouwen
van woorden.
En alles is gezegd.
Wikkel ik zwijgend
het laken tot een web.