april 27, 2011

Mijn handen in warm afwaswater stoppen om mijn hoofd af te koelen lijkt een zinloze oplossing. Toch is de oplossing adequaat om als een wervelwind door mijn smerige kamer te stormen en hem iets minder smerig te maken. Zo veeg ik ook de restanten weg van een dag waarin zelfs de onderkant van mijn zolen wisten wat liefde was.
Ik zie piemels die potsierlijk heen en weer zwaaien bij het rennen over de planken en ik denk aan hem. Ik zie liefde tussen twee mensen die over elkaar glijden in een dansante symbiose en ik denk aan hem. Het gaat over incest en ik denk aan hoe blij ik ben dat ik geen broer heb die ik tot diep in mezelf wil. Het gaat over een onverwoestbare liefde die verwoest wordt en ik denk aan hem, hoe ik mijn eigen kleine wervelwind kan zijn en stormen kan en toch niet verwoest maar dromen van later opnieuw doe opflakkeren.
Ik denk aan hoe ik deze ochtend broederlijk en zusterlijk in mijn bed heb gelegen. Veel te vroeg wurmde ik me, mijn naaktheid omklemmend, door het raam en gooide mijn sleutels overstag. Daarna werd ik omhelsd alsof het altijd al zo geweest was en zo hoorde het te zijn.
Dan komt hij, voor hem wie ik mijn slonzige pyjamabroek wel aantrekken om de godverdomse deur te openen, desnoods een opmerking over mijn slonzige pyjamabroek te incasseren. Het gebeurt niet, hij zegt alleen dat ik lekker ruik en dan omhelzen we zoals mensen nooit eerder omhelsd hebben, nog nooit eerder stom gegrijnsd naar elkaar hebben, nog nooit eerder zo hebben gehad.
Daarna ruim ik alles op, opdat de smerigheid lichtelijk zou afnemen. Niet omdat ik wil vergeten. Gewoon omdat ik niet wil missen.

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s